Maa haa braa kaa

Braa (bijwoord; in vrij hoge mate)

Maa haa braa kaa (moeder had het vrij koud)
Dieën ès braa onder ‘m éût (die is erg bijdehand)
Da’s braa gemekkelek (dat is eigenlijk toch wel gemakkelijk als je’t nagaat).

In van Dale “Handwoordenboek Zweeds Nederlands”, Antwerpen, 1996 vindt men onder het trefwoord “bra²”: goed; flink de volgende voorbeeldzinnetjes:

-jag skulle bra gärna veta det: ik zou het heel/best graag willen weten
-bra mycket bättre/hellre: heel wat beter/liever
-det var bra synd: dat was behoorlijk jammer
-dansa bra: goed (kunnen) dansen
-ha det bra: het goed hebben
-ha det så bra: veel plezier
-se bra ut: er goed uitzien
-förtjäna bra: goed verdienen