Perlejtig

Dit eigenaardige woord heeft de betekenis van “pietluttig”. Het komt in de vorm “perleutig” ook in de romans van Alfons Jeurissen voor.
-“Dee gej zoe perlejtig azzof z’op eekes gej” (die loopt zo voorzichtig alsof ze op eitjes wandelt)
-“Da’s ne perlejtigen op z’n klieër” (die draagt – overdreven – zorg voor zijn kleren).